Prelex Consult
Wwft training en auditing

Wwft Nieuws


Terug naar overzicht

13-02-2026

BTW-carrouselfraude kan voor onder meer belastingadviseurs en accountants aanleiding geven om een melding ongebruikelijke transactie te doen bij de FIU-Nederland. Maar wat zijn nu signalen van BTW-carrouselfraude?

In deze belastingzaak in hoger beroep is specifiek in geschil of sprake was van BTW-fraude en of belanghebbende wist of had moeten weten dat zij onderdeel uitmaakte van een handelsketen waarin deze fraude plaatsvond.

Daarbij spelen volgens het Hof de volgende aspecten een rol:

Risicogoed
Vaak is er bij BTW-carrouselfraude sprake van handel in een risicogoed, in deze zaak was dat handel in (edel)metaal. Daarbij is van belang:
- hoge waarde;
- gemakkelijk verhandelbaar;
- internationaal handelsverkeer;
- bekend risicodomein voor BTW-carrouselfraude.

Geen (serieuze) KYC op afnemers
De Britse afnemers in deze zaak:
- waren niet (tijdig) geregistreerd in het VK;
- hadden (tijdelijk) geen vereiste vergunningen;
- hadden soms activiteiten die niets met metaalhandel te maken hadden.
Deze informatie was publiek toegankelijk.

Snelle wisseling van afnemers
- BTW-nummers van afnemers werden telkens na korte tijd ingetrokken;
- vennootschappen werden ontbonden;
- met iedere partij werd slechts kort gehandeld.
Dit zijn klassieke “red flags” voor BTW-carrouselfraude.

Verdachte handelskenmerken
Het Hof noemt hier meerdere signalen:
- levering op andere adressen dan vestigingsadres;
- levering aan derden in de keten;
- betaling pas nadat de Britse afnemer zelf was betaald.

Kunstmatige tussenschakels
Op enig moment ging belanghebbende leveren via tussenschakels (BV's).
Deze vennootschappen:
- leverden aan dezelfde Britse afnemers;
- hadden enorme omzetten direct na oprichting;
- hielden zelf vrijwel geen marge over;
- boekten ontvangen bedragen vrijwel één op één door naar belanghebbende.

Geldspoor
Het geld is vrijwel één op één te volgen:
VK-afnemer → Nederlandse buffer → belanghebbende, met minimale vermenging.
Dit wijst op:
- gecontroleerde keten;
- geen echte markttransacties;
- georkestreerde geldstromen.

Conclusie
De belastingfraude bestond in deze zaak uit deelname aan een intracommunautaire BTW-carrousel in de metaalhandel, waarbij:
- Britse vennootschappen als missing trader fungeerden;
- Nederlandse tussenschakels als buffers werden ingezet;
- geldstromen vrijwel één op één werden doorgestuurd;
- structureel rode vlaggen werden genegeerd; en
- ondanks eerdere expliciete waarschuwingen geen adequaat KYC werd uitgevoerd.
Het Hof acht daarom aannemelijk dat belanghebbende wist of ten minste had moeten weten dat zij onderdeel was van BTW-fraude, waardoor toepassing van het nultarief terecht is geweigerd.

De uitspraak is te lezen via onderstaande link.

Uitspraak: Gerechtshof Den Haag



Terug naar overzicht