Wwft Nieuws
Terug naar overzicht
26-01-2026
Hoe concreet moet een verklaring zijn over de herkomst van gelden bij een witwasvermoeden? Deze zaak laat het haarscherp zien!
In een recente witwaszaak (onderzoek Tunbridge) werd ruim € 1,3 miljoen aan contanten gestort op privé- en zakelijke rekeningen. Grote bedragen, deels in 500 euro-coupures, terwijl legale inkomsten vrijwel ontbraken. Dat levert een witwasvermoeden op.
En dan verschuift de bewijslast.
> Vanaf dat moment wordt iets van de verdachte verlangd, namelijk een:
concrete, verifieerbare en niet op voorhand onaannemelijke verklaring voor de herkomst van het geld.
De verdachte probeerde dat op drie manieren:
- verkoop van auto’s via een BV;
- verkoop van een privécollectie klassieke auto’s;
- verkoop van kunst, antiek en boeken.
Maar telkens trok de rechtbank dezelfde conclusie: te vaag, te laat en niet controleerbaar.
Waarom sneuvelden de verklaringen?
- Geen administratie of facturen;
- Wisselende verklaringen;
- Overzichten zonder namen, data of kentekens;
- Contante betalingen die niet aansluiten bij banktransacties;
- Waardes die niet stroken met verzekeringen;
- Informatie pas daags vóór de zitting aangeleverd;
Les voor de praktijk:
Een verklaring is pas iets waard als deze:
- Concreet is (dus wie, wat, wanneer en hoeveel);
- Verifieerbaar is (dus onderbouwd met stukken, administratie of een externe bevestiging);
- Tijdig wordt gegeven.
Een verhaal zonder onderbouwing – hoe uitgebreid ook – heeft juridisch geen waarde en wie pas op het laatste moment iets aanlevert, kan niet klagen dat het OM het niet meer onderzoekt.
Conclusie:
Bij een witwasvermoeden draait het niet om aannemelijkheid in abstracto, maar om controleerbaarheid in de praktijk. Zonder bewijs geen alternatief scenario – en dan blijft misdrijf als herkomst over.
Deze zaak is interessant voor strafrecht, compliance, Wwft-poortwachters én financieel toezicht.
De uitspraak is te lezen via onderstaande link.
Uitspraak: Rechtbank Amsterdam
Terug naar overzicht